Droog herfstblad naast een fris groen takje op wit oppervlak, gefotografeerd van bovenaf in zacht natuurlijk licht.

Wat lijkt op dementie maar is het niet?

Sommige aandoeningen lijken sterk op dementie, maar zijn het niet. Vermoeidheid, depressie, vitaminetekorten, schildklierproblemen en bijwerkingen van medicijnen kunnen allemaal geheugenproblemen en verwardheid veroorzaken die op dementie lijken. Bij een deel van deze oorzaken zijn behandelmogelijkheden beschikbaar. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over dementie-lookalikes, zodat je weet wanneer je actie moet ondernemen.

Welke aandoeningen worden het vaakst verward met dementie?

De aandoeningen die het vaakst worden verward met dementie zijn depressie, schildklierafwijkingen, vitaminetekorten (met name B12), urineweginfecties, slaapstoornissen en ernstige vermoeidheid. Al deze aandoeningen kunnen geheugenproblemen, verwardheid en concentratieverlies veroorzaken die op dementieverschijnselen lijken, maar een andere oorzaak hebben. Of en in welke mate ze behandelbaar zijn, verschilt per situatie en persoon.

Dit is een belangrijk onderscheid, omdat mensen met deze klachten soms onterecht als dementerenden worden bestempeld. Zeker bij ouderen worden geheugenproblemen al snel aan dementie gekoppeld, terwijl de werkelijke oorzaak ergens anders kan liggen.

  • Depressie: Verminderde concentratie, traagheid en geheugenproblemen zijn klassieke symptomen van depressie die sterk op dementie kunnen lijken.
  • Schildklierafwijkingen: Een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) kan gepaard gaan met vermoeidheid, vergeetachtigheid en mentale traagheid.
  • Vitamine B12-tekort: Dit tekort kan het zenuwstelsel beïnvloeden en is in verband gebracht met geheugenproblemen en verwardheid.
  • Urineweginfecties: Vooral bij ouderen kunnen deze infecties plotselinge verwardheid en desoriëntatie veroorzaken, ook wel een delier genoemd.
  • Slaapstoornissen: Chronisch slaapgebrek of slaapapneu kan het geheugen en de cognitieve functie beïnvloeden.
  • Ernstige stress of rouw: Ingrijpende levensgebeurtenissen kunnen tijdelijk het geheugen en de concentratie aantasten.

Omdat de oorzaken van dementie divers zijn, is het belangrijk om alternatieve verklaringen te onderzoeken voordat een diagnose wordt gesteld. Dit is aan een arts of bevoegde zorgprofessional.

Hoe verschilt pseudodementie van echte dementie?

Pseudodementie is een toestand waarbij iemand cognitieve klachten heeft die lijken op dementie, maar die worden veroorzaakt door een psychiatrische aandoening, meestal depressie. Een belangrijk kenmerk is dat de cognitieve klachten kunnen verminderen wanneer de onderliggende psychiatrische aandoening wordt behandeld. Of en in welke mate dat gebeurt, verschilt per persoon en situatie.

Bij echte dementie is er sprake van schade aan de hersenen, veroorzaakt door ziekteprocessen zoals de ziekte van Alzheimer of vasculaire dementie. De achteruitgang bij dementie is doorgaans progressief van aard. Bij pseudodementie zijn de hersenen structureel intact, maar functioneren ze tijdelijk minder goed door de psychiatrische belasting.

Er zijn enkele kenmerken die kunnen helpen bij het maken van onderscheid:

  • Bij pseudodementie uiten mensen vaak zelf actief zorgen over hun geheugen; bij dementie zijn mensen zich hier minder van bewust.
  • Pseudodementie ontwikkelt zich relatief snel; dementie kent doorgaans een geleidelijker verloop.
  • Bij pseudodementie zijn er vaak ook andere depressieve klachten zichtbaar, zoals somberheid, terugtrekking en slaapproblemen.
  • Behandeling van de onderliggende psychiatrische aandoening kan bij pseudodementie leiden tot verbetering van de cognitieve klachten.

Het onderscheid is niet altijd eenvoudig te maken, omdat depressie ook kan voorkomen naast echte dementie. Een grondige medische en psychiatrische evaluatie door een arts is daarom altijd nodig.

Kan medicijngebruik dementieverschijnselen veroorzaken?

Ja, bepaalde medicijnen kunnen cognitieve klachten veroorzaken die op dementieverschijnselen lijken. Dit wordt ook wel medicamenteuze cognitieve bijwerking of iatrogene verwardheid genoemd. Vooral bij ouderen, die vaak meerdere medicijnen tegelijk gebruiken, is dit een aandachtspunt. Of en hoe klachten veranderen bij aanpassing van medicatie, is altijd een afweging die door een arts wordt gemaakt.

Medicijngroepen die in verband zijn gebracht met cognitieve bijwerkingen zijn onder andere:

  • Slaapmiddelen en benzodiazepinen: Deze middelen zijn in verband gebracht met geheugenklachten, verwardheid en concentratieproblemen, zeker bij langdurig gebruik.
  • Anticholinergica: Medicijnen met anticholinerge werking, zoals sommige middelen voor blaasproblemen, allergieën of maagklachten, kunnen het geheugen beïnvloeden.
  • Bepaalde bloeddrukverlagende middelen: Sommige middelen kunnen gepaard gaan met vermoeidheid en mentale traagheid.
  • Pijnstillers (opiaten): Bij gebruik van deze middelen kunnen verwardheid en sufheid optreden die op dementie lijken.
  • Combinaties van meerdere medicijnen: Polyfarmacie, het gelijktijdig gebruik van vijf of meer medicijnen, vergroot het risico op cognitieve bijwerkingen.

Bij vragen over mogelijke cognitieve bijwerkingen van medicatie is het altijd verstandig om een arts of apotheker te raadplegen. Zij kunnen beoordelen of een medicatiereview zinvol is en welke stappen eventueel passend zijn.

Wanneer zijn geheugenproblemen een reden om naar de huisarts te gaan?

Geheugenproblemen kunnen een reden zijn om naar de huisarts te gaan, zeker als ze het dagelijks functioneren beïnvloeden, plotseling optreden of lijken te verergeren. Incidentele vergeetachtigheid, zoals een naam even niet weten, is doorgaans normaal. Maar als iemand regelmatig de weg kwijtraakt in vertrouwde omgevingen, afspraken vergeet of moeite heeft met alledaagse taken, is het verstandig een arts te raadplegen.

Signalen die aanleiding kunnen geven tot een huisartsbezoek zijn:

  • Herhaaldelijk dezelfde vragen stellen of verhalen vertellen
  • Moeite met het vinden van woorden in gesprekken
  • Desoriëntatie in tijd of ruimte
  • Veranderingen in gedrag of persoonlijkheid
  • Moeite met plannen, organiseren of redeneren
  • Plotselinge, acute verwardheid (dit kan wijzen op een delier en vraagt om directe medische aandacht)

Vroeg contact opnemen met een arts bij geheugenproblemen kan waardevol zijn, zodat mogelijke onderliggende oorzaken tijdig worden onderzocht. De huisarts kan beoordelen welk vervolgonderzoek of welke behandeling passend is.

Hoe wordt vastgesteld of iemand echt dementie heeft?

De diagnose dementie wordt gesteld door een arts via een combinatie van anamnese, lichamelijk onderzoek, cognitieve tests en aanvullend onderzoek zoals bloedonderzoek en beeldvorming van de hersenen. Er bestaat geen enkele test die dementie met zekerheid aantoont; de diagnose is het resultaat van het uitsluiten van andere oorzaken en het in kaart brengen van het klachtenpatroon over tijd.

Het diagnostische traject verloopt doorgaans in stappen:

  1. Gesprek met de huisarts: De huisarts bespreekt de klachten, het verloop ervan en de medische voorgeschiedenis. Vaak wordt ook een naaste betrokken bij dit gesprek.
  2. Cognitieve screening: Korte tests zoals de MMSE of de MoCA meten geheugen, taalgebruik, oriëntatie en redeneren.
  3. Bloedonderzoek: Hiermee worden mogelijke andere oorzaken onderzocht, zoals schildklierproblemen, vitaminetekorten en infecties.
  4. Verwijzing naar een specialist: Bij twijfel kan de huisarts verwijzen naar een geriater, neuroloog of psychiater voor nader onderzoek.
  5. Beeldvorming: Een MRI of CT-scan van de hersenen kan structurele afwijkingen zichtbaar maken die passen bij bepaalde vormen van dementie.

De verschillende soorten dementie hebben elk een eigen klinisch beeld en verloop, wat de diagnose soms complex maakt. Soms is herhaald onderzoek over een langere periode nodig om een definitieve diagnose te stellen.

Wat kunnen thuiszorgprofessionals doen bij twijfel over de diagnose?

Thuiszorgprofessionals kunnen bij twijfel over de diagnose een waardevolle rol spelen door hun observaties systematisch te documenteren, de huisarts te informeren en samen met de cliënt en diens naasten te zorgen voor een tijdige doorverwijzing. Als thuiszorgprofessional zie je het dagelijks functioneren van de cliënt van nabij, wat observaties waardevol maakt als aanvulling op het diagnostische proces van de arts.

Concrete stappen die je kunt zetten:

  • Observeer en documenteer: Noteer wanneer geheugenproblemen of verwardheid optreden, hoe lang ze duren en of er een patroon zichtbaar is.
  • Let op plotselinge veranderingen: Een plotselinge verslechtering kan wijzen op een delier of medicatiebijwerking en vraagt om contact met de huisarts.
  • Bespreek je bevindingen: Deel je observaties met de huisarts en zorg dat deze informatie ook de mantelzorgers en familie bereikt.
  • Signaleer mogelijke andere oorzaken: Geef relevante informatie over infecties, medicatiegebruik, voeding en slaap door aan de behandelend arts, zodat die een volledig beeld heeft.
  • Betrek naasten actief: Familie en mantelzorgers signaleren vaak veranderingen die in een korte zorgafspraak niet zichtbaar zijn.

Het is ook nuttig om vertrouwd te zijn met de fases van dementie, zodat je beter kunt inschatten of het gedrag van een cliënt past bij een bepaald stadium of juist afwijkt van wat je zou verwachten.

Hoe Mr illi thuiszorgprofessionals ondersteunt bij dementiezorg

Als thuiszorgprofessional werk je dagelijks met mensen van wie de situatie soms onduidelijk is of snel kan veranderen. Mr illi biedt praktische ondersteuning die je helpt om beter in te spelen op de behoeften van je cliënten met dementie, zonder dat dit extra druk op je werkdag legt. Via ons platform kun je:

  • Op afstand content beheren en afstemmen op de interesses en het dagritme van de cliënt
  • Een persoonlijk dagprogramma instellen dat structuur en herkenning biedt
  • Foto’s en vertrouwde beelden toevoegen die herinneringen oproepen en rust geven
  • Mantelzorgers en familieleden actief betrekken, zodat de zorg rondom de cliënt goed op elkaar is afgestemd
  • De cliënt activeren via bewegingsprogramma’s, spelletjes en geheugentraining op een toegankelijke manier

We werken samen met meer dan 415 zorglocaties in Nederland en ontwikkelen ons platform voortdurend op basis van praktijkervaring en wetenschappelijk onderzoek. Wil je weten wat Mr illi voor jou en je cliënten kan betekenen? Neem dan contact met ons op en we vertellen je graag meer.

Veelgestelde vragen

Kan een dementie-lookalike op termijn alsnog uitgroeien tot echte dementie?

Ja, dat is mogelijk. Sommige aandoeningen die dementieverschijnselen veroorzaken, zoals langdurige depressie of chronisch vitamine B12-tekort, kunnen bij uitblijvende behandeling op den duur bijdragen aan blijvende cognitieve schade. Bovendien verhogen bepaalde risicofactoren, zoals onbehandelde hart- en vaatziekten of slaapapneu, de kans op het ontwikkelen van echte dementie later in het leven. Dit maakt vroege herkenning en behandeling des te belangrijker.

Hoe lang duurt het voordat cognitieve klachten verbeteren na behandeling van de onderliggende oorzaak?

Dit verschilt sterk per oorzaak en per persoon. Bij een urineweginfectie of medicatiewijziging kunnen de klachten binnen enkele dagen tot weken verbeteren. Bij vitamine B12-tekort of schildklierproblemen kan herstel enkele weken tot maanden duren, afhankelijk van hoe lang het tekort heeft bestaan. Bij pseudodementie door depressie is verbetering merkbaar zodra de antidepressieve behandeling aanslaat, wat doorgaans twee tot zes weken duurt.

Wat kan ik als mantelzorger het beste doen als ik twijfel of het om dementie gaat?

Noteer zo concreet mogelijk welke klachten je ziet, wanneer ze optreden en of er sprake is van een plotselinge of geleidelijke verandering. Neem deze observaties mee naar de huisarts, want jouw dagelijkse inzicht is onmisbaar voor een goede beoordeling. Vraag de huisarts expliciet om behandelbare oorzaken zoals infecties, medicatiebijwerkingen en vitaminetekorten eerst uit te sluiten voordat verdere stappen worden gezet.

Zijn er veelgemaakte fouten bij het herkennen van dementie-lookalikes die ik moet vermijden?

Een veelgemaakte fout is het te snel accepteren van geheugenproblemen als ‘normaal bij ouderdom’ en daardoor niet tijdig medische hulp zoeken. Ook wordt de invloed van medicijnen regelmatig onderschat, zeker wanneer iemand meerdere middelen tegelijk gebruikt. Een andere valkuil is het negeren van plotselinge verwardheid: dit is zelden een teken van dementie en vraagt juist om directe medische aandacht, omdat het kan wijzen op een delier of acute infectie.

Kan iemand tegelijkertijd een dementie-lookalike én echte dementie hebben?

Ja, dat komt voor. Depressie en angst treden bijvoorbeeld regelmatig op naast een bestaande dementieaandoening, en kunnen de cognitieve klachten aanzienlijk verergeren. In die gevallen is het behandelen van de bijkomende aandoening nog steeds zinvol, omdat het de kwaliteit van leven en het dagelijks functioneren van de persoon kan verbeteren. Een specialist zoals een geriater of psychiater kan helpen om dit onderscheid te maken en een passend behandelplan op te stellen.

Welke vragen kan ik het beste stellen aan de huisarts bij een eerste bezoek over geheugenproblemen?

Vraag de huisarts om behandelbare oorzaken actief uit te sluiten, zoals een bloedonderzoek op vitaminetekorten, schildklierfunctie en infectiemarkers. Vraag ook of de huidige medicatie mogelijk bijdraagt aan de klachten en of een medicatiereview zinvol is. Daarnaast is het nuttig te vragen naar een verwijzing voor cognitieve screening en wanneer een specialist ingeschakeld zou worden als de klachten aanhouden of verergeren.

Hoe kan ik als thuiszorgprofessional het verschil herkennen tussen een delier en dementie in de praktijk?

Een delier ontstaat plotseling, vaak binnen uren of dagen, en kenmerkt zich door wisselende alertheid, desoriëntatie en soms hallucinaties. Dementie ontwikkelt zich juist geleidelijk over maanden of jaren. Een praktische vuistregel: als een cliënt die je goed kent plotseling verward of onrustig is zonder duidelijke aanleiding, denk dan eerst aan een delier en schakel direct de huisarts in. Bij dementie is het gedrag herkenbaar en relatief stabiel binnen een bepaald stadium.